Fysiotherapie software: is de oefenmodule van je EPD genoeg?
Gepubliceerd op
Wie op "fysiotherapie software" zoekt, vindt vooral EPD's: het pakket met je dossiers, je agenda en je declaraties. Logisch, want daar draait je praktijk op. En veel EPD's doen ook iets met thuisoefeningen, met een eigen oefenmodule of via een koppeling met een oefenprogramma.
De vraag is dus zelden of je software oefeningen mee naar huis kan geven. De vraag is of hij dat goed genoeg doet voor het deel van de behandeling dat je patiënt alleen doet.
Je EPD is de huisarts van je software
Een huisarts moet van alles iets weten, en weet dat meestal goed. Vraagt een klacht meer, dan volgt een verwijzing naar een specialist. Dat is geen zwakte, dat is het vak.
Je EPD werkt net zo. Het houdt het dossier bij, plant de week, declareert via VECOZO, rapporteert, en ergens in dat rijtje maakt het ook oefenschema's. Het moet dat allemaal goed doen, en kan zich daardoor niet overal zo in specialiseren als een programma dat maar één ding doet. Een EPD kies je op wat alleen een EPD kan: declareren, verslagleggen volgens de KNGF-richtlijn en beveiligen volgens NEN 7510. De oefenmodule geeft bij die keus zelden de doorslag.
Voor de meeste onderdelen is een generalist prima. Je patiënt ziet nooit hoe een declaratie verstuurd wordt. Het oefenschema is anders: daarmee moet je patiënt zelf aan de slag, thuis, zonder jou erbij om het uit te leggen.
Waarom het oefendeel een eigen blik verdient
Een groot deel van het resultaat wordt thuis bepaald, en onderweg daarheen gaat veel verloren.
- Patiënten vergeten. Volgens een veelgeciteerd overzicht vergeten ze 40 tot 80 procent van wat een zorgverlener vertelt meteen weer (Kessels, 2003).
- Veel patiënten doen hun schema niet. Een overzicht van systematische reviews uit 2024 stelt dat non-adherence in de fysiotherapie kan oplopen tot 70 procent, juist bij onbegeleide thuisoefenprogramma's (Ley & Putz, 2024).
- De vorm telt. In een gerandomiseerd onderzoek maakte de groep die de oefeningen van een papieren uitdraai leerde ruim twee keer zoveel fouten als de groepen met video of live instructie (Reo & Mercer, 2004).
Software lost dat niet vanzelf op. Digitale ondersteuning helpt de therapietrouw waarschijnlijk op korte termijn; over langere tijd is het bewijs dun (Lang et al., 2022). En de kwaliteit van oefenapps loopt sterk uiteen (Merolli et al., 2024). Juist daarom loont het om de module die je hebt te testen, in plaats van aan te nemen dat hij goed is omdat hij er is. Meer over het onderzoek lees je in Doen je patiënten hun oefeningen? en op onze onderzoekspagina.
Acht vragen om de oefenmodule van je EPD te testen
De test duurt tien minuten. Maak een schema voor een patiënt die je deze week zag, stuur het naar je eigen telefoon en open het zoals die patiënt dat zou doen.
- Hoe opent je patiënt het? Met een app, een account en een wachtwoord, of met een link die in de browser opent? Elke extra stap is een moment waarop iemand afhaakt, zeker wie ouder is of weinig met apps doet.
- Hoe lang deed je erover? Klok een gewoon schema van vijf of zes oefeningen. Kost het maken langer dan het uitleggen, dan schiet het er op een drukke dag bij in.
- Vond je de oefeningen met je eigen woorden? Zoek zoals je praat: "clamshell", "bruggetje", "chin tuck". Een bibliotheek waarin je niets vindt, gebruik je niet.
- Wiens naam staat erop? Het logo, de kleuren en de naam van je praktijk, of die van de leverancier? En vanaf welk abonnement?
- Leest je patiënt het in de eigen taal? Bijna 2,5 miljoen mensen in Nederland hebben geen Nederlands als moedertaal (Pharos, 2025). Juist bij de uitleg telt dat: hoe vaak, hoeveel pijn mag, wanneer stoppen.
- Neem je je eigen oefeningen mee? Je eigen video's en foto's, of de lijst die je al in Excel bijhoudt, zonder alles over te typen.
- Wat bewaart het over je patiënt? Een naam, een geboortedatum, een e-mailadres, een telefoonnummer? Alles wat erin staat, is een tweede patiëntenbestand dat je onder de AVG moet beveiligen.
- Wat kost het als je team groeit? Per behandelaar per maand, of per patiënt? Reken ook de parttimers, de stagiairs en de invallers mee.
Komt je module goed door alle acht, houd hem dan. Eén systeem is eenvoudiger dan twee.
Wanneer de module in je EPD de betere keus is
Een module in je EPD heeft echte voordelen, en die kunnen zwaarder wegen dan alles hierboven:
- Eén systeem. Eén keer inloggen, één factuur, één plek om iets op te zoeken.
- Een koppeling. Het schema komt vanzelf in het dossier; je kopieert niets.
- Meer functies. Sommige modules, of de programma's die eraan gekoppeld zijn, laten zien wat je patiënt thuis afvinkt, of hebben beeldbellen.
Intramed bijvoorbeeld noemt op de eigen site online oefeningen met voorbeeldvideo's in HealthTrain en MijnZorgApp (gelezen op 14 oktober 2026). En Physitrack koppelt volgens de eigen integratiepagina met elf Nederlandse EPD's, waaronder Intramed en Fysiomanager (gelezen op 30 september 2026). Wegen die voordelen voor jou het zwaarst, blijf dan bij je EPD, of kies een oefenprogramma dat ermee koppelt.
Waar Kinmo past
Kinmo is de specialist voor één onderdeel: het oefenschema. Kinmo is geen EPD. Er is geen dossier, geen agenda en geen declaratie, en het werkt naast elk EPD.
- Een link, geen app. Je patiënt opent het schema in de browser, zonder account of wachtwoord.
- Geen patiëntgegevens. Kinmo ziet geen namen, geen BSN en geen contactgegevens. Wie je patiënt is, blijft in je EPD.
- Je eigen praktijk op elk schema. Je logo, je kleuren en je naam, in elk plan. Bekijk het met je eigen website.
- Je eigen oefeningen erbij, van je laptop, uit Excel, van je website of uit een YouTube-afspeellijst.
- Meer dan honderd talen waarin je patiënt het schema leest.
- Naar je dossier als platte tekst of opgemaakt, in elk EPD.
- Per behandeltraject, niet per behandelaar. In de plannen Kinmo en Pro werkt je hele team mee.
Kinmo doet ook bewust minder. Het houdt niet bij wat je patiënt afvinkt, heeft geen beeldbellen en koppelt niet met je EPD. Heb je dat nodig, dan past een module in je EPD of een programma als Physitrack misschien beter. Onze vergelijkingen met Physitrack en Wibbi zetten de verschillen op een rij, met bron en datum.
Veelgestelde vragen
Heeft mijn EPD een oefenmodule?
Waarschijnlijk wel, ingebouwd of via een koppeling met een apart oefenprogramma. Vraag je leverancier of het extra kost, en test het daarna met de acht vragen hierboven.
Heb ik naast mijn EPD aparte software voor thuisoefeningen nodig?
Alleen als je module tekortschiet op de punten die voor jou tellen. Een aparte tool verdient zijn plek als je patiënten het schema moeilijk openen, als je je eigen praktijk erop wilt, of als de prijs per behandelaar je team in de weg zit.
Wat kost fysiotherapie software?
Bij een EPD hangt dat af van het pakket en de modules: vraag het per behandelaar, per locatie en per module. Bij software voor thuisoefeningen rekent de een per behandelaar per maand en de ander per patiënt, zoals Kinmo. De rekenhulp in onze vergelijking met Physitrack rekent uit wat voor jouw team goedkoper is.
Werkt Kinmo met mijn EPD?
Er is geen koppeling. Je kopieert het schema als platte tekst of opgemaakt naar het dossier, en dat werkt in elk EPD. Je patiënt krijgt de link.
Ik ben kinesitherapeut in België. Geldt dit ook voor mij?
Ja. Je praktijksoftware heet er anders, bijvoorbeeld CareConnect, Crossuite, KineQuick of Sophia, en regelt eAttest en eFact via MyCareNet. De vraag blijft dezelfde: doet je pakket de oefeningen goed genoeg? Voor kinesitherapeuten is er een eigen pagina: Kinmo voor kinesitherapeuten.
Bronnen
- Kessels, R.P.C. (2003). Patients' memory for medical information. Journal of the Royal Society of Medicine, 96(5), 219-222. PMID 12724430
- Ley, C. & Putz, P. (2024). Efficacy of interventions and techniques on adherence to physiotherapy in adults: an overview of systematic reviews and panoramic meta-analysis. Systematic Reviews, 13, 137. PMID 38773659
- Reo, J.A. & Mercer, V.S. (2004). Effects of live, videotaped, or written instruction on learning an upper-extremity exercise program. Physical Therapy, 84(7), 622-633. PMID 15225081
- Lang, S., McLelland, C., MacDonald, D. & Hamilton, D.F. (2022). Do digital interventions increase adherence to home exercise rehabilitation? A systematic review of randomised controlled trials. Archives of Physiotherapy, 12(1), 24. PMID 36184611
- Merolli, M. et al. (2024). Evaluation of Patient-Facing Mobile Apps to Support Physiotherapy Care: Systematic Review. JMIR mHealth and uHealth, 12, e55003. PMID 38437018
- Pharos (2025). Generieke richtlijn Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein. pharos.nl
- Intramed, homepage. intramed.nl (gelezen op 14 oktober 2026)
- Physitrack, integraties. physitrack.com/nl/integrations (gelezen op 30 september 2026)